
Recentelijk heb ik het boek gelezen ‘Het zijn net mensen’ van Midden-Oostencorrespondent Joris Luyendijk: Leuk, goeie grappen, leest als een trein. Zijn conclusie dat over het Midden-Oosten een verwrongen beeld bestaat klopt. De vooringenomenheid bleek haarscherp bij de Nederlandse verslaggeving over de verschillende Israëlische oorlogen.
Joris is een ster. Hij heeft een ontwapenend optreden, formuleert scherp en etaleert kennis van zaken. Die wijsheid heeft hij opgebouwd in zijn tijd als correspondent, eerst voor de Volkskrant (die heeft er een handje van om goede correspondenten de deur te wijzen) en later NRC Handelsblad (die journalisten weer te weinig enthousiast houdt). Het is krék de laatste zin van het boek waar ik over struikel, pagina 215,- 7e druk. Het gaat over het omvertrekken van het bronzen beeld van Saddam Hoessein op het Firdawsplein, hartje Bagdad, op 9 april vier jaar geleden. Daar komt ie: ‘Het bleek van A tot Z te zijn een Amerikaanse officier van de afdeling psychologische oorlogsvoering. Back to you, Jim.’
Joris wil zeggen dat het omvertrekken een staaltje van pure propaganda was. Opgezet spel dus. Zelf betwijfel ik dat.
It happens to be dat ik op die 9e april zelf op het plein stond. Met eigen ogen zag ik hoe om 16.30 lokale tijd de eerste Amerikaanse tanks het ronde plein opratelden. Er ontstond een samenscholing van een paar honderd mensen. Niet veel, maar er werd in de stad nog veel geplunderd en in de buurt sporadisch geschoten. Ik zag hoe mannen, zeg maar jonge proleten, met een dik maar te kort touw tevergeefs het standbeeld omver probeerden te trekken. Ze klommen daarvoor zelfs met ladders op het hoge beeld. Dat touw zie je terug op de foto. Ook werd met hamers geprobeerd de betonnen sokkel kapot te slaan. De furie was niet geconcentreerd op het plein. Overal in de buurt werden op dat moment portretten van Saddam Hoessein kapotgeslagen of verbrand. Na ruim een uur reed een gepantserd voertuig het plein op. En die lukte het, na veel pogingen, pas tegen zonsondergang het beeld met een lange ketting van de sokkel te trekken.
Daarom geloof ik niet dat het allemaal gepland was. Wellicht kreeg de tankbemanning het idee toen ze de groep zag aanmodderen. De stars and stripes over het gezicht van Saddam hangen, zoals op de foto, werd de Amerikanen door de menigte niet in dank afgenomen. En door een pr-team vast niet goedgekeurd. Gejuich ging pas op toen de Iraakse vlag als een das om de nek van de dictator werd gehangen, net voordat hij letterlijk viel.
De moraal van het verhaal: Ik weet zeker dat de spindokters en pr-teams in tijden van oorlog veel bij elkaar verzinnen en manipuleren om de boodschap te verkopen. Daarvan was naar mijn vaste overtuiging op het Firdawsplein op deze historische 9 april echter geen sprake.