Weblog

Undercover in Syrië

zaterdag 14 mei 2011

 

 

Verkleed als toerist kom je als journalist moeiteloos Syrië binnen. En voor een bezoek aan de demonstraties verzin je een list.

Elke reis naar een spanningsgebied kent minimaal één angstmoment. In Syrië was het direct bij de nachtelijke aankomst op het internationale vliegveld van Damascus raak. Als volleerd acteur had ik me ingeleefd in de rol van onnozele toerist. Dus wel een rugzak, maar geen laptop; ik ben immers op vakantie. Geen agressieve honkbalpet maar zo'n slappe tropenhoed. Met een wereldvreemde blik, zo van 'It's Thursday, so this must be Syria', toonde ik in de donkere bagagehal mijn hagelnieuwe paspoort, uiteraard zonder stempels van andere brandhaarden. Ik zuchtte diep. Het moment van de waarheid!
De voorovergebogen ambtenaar typte mijn naam in ouderwetse computer en stelde twee vragen.

 

'Beroep?'

'Leraar', loog ik.

'Hotel?'

'Cham Palace!'

De reservering in het duurste hotel van het land, waar een overnachting de lieve som van 270 euro kost, maakte, zoals verwacht, indruk. Rijke stinkerds worden nooit lastig gevallen weet iedere sloeber. Dus 'beng' een stempel en ik mocht doorlopen. Weer een zucht, maar nu van opluchting. Collega Dorothy Parvaz van de Arabische zender Al-Jazeera zou twee dagen later bij aankomst worden opgepakt en overgebracht naar Iran. Journalisten zijn niet welkom in dit Noord-Korea van het Midden-Oosten. De laatste die na een weekje brommen in een vochtige kerker werd gesmeten om vervolgens het land uit te worden gezet was een Britse. Dus ik wist waar ik aan begon toen ik in de luxe spacewagon richting hoofdstad stapte. De eerste stappen waren een makkie. Een mobiele legerwegblokkade voor de stadsgrens, een van de tientallen die ik zou passeren, wuifde me door.

Maar dan. De opstandelingen spreken was een stuk lastiger. In de week voor mijn komst waren alle contacten die ik had verzameld opgepakt of ondergedoken. Ik pleegde telefoontjes naar de Jordaanse hoofdstad Amman. 'De repressie en de angst groeien met de dag', liet een goed ingevoerde vertrouwelinge weten. 'Zelfs een contact waarmee ik al jaren werk was gisteren bang om met mij via Skype te chatten.' Telefoons in Damascus werden niet opgenomen en voicemailboxen inspreken leek me erg link, die kunnen makkelijk worden afgeluisterd. Een contact dat ik sprak te midden van jonge vrouwen met hoofddoekjes, lurkend aan waterpijpen, beloofde contact te leggen met een mensenrechtenactiviste. En bij de belofte bleef het. Syrië is geen Egypte of Libië, waar iedereen zich verdringt voor een camera om iets te roepen.

Gelukkig wezen Twitterberichten naar de wijken waar rellen plaatsvonden, want daar moest ik heen. Om ongemerkt in de buurt te komen moest ik een list bedenken. Ik koos een toeristisch doelwit aan de andere zijde van de stad, zo hoopte ik de stoet demonstranten te kruisen. Iedere optocht was omgegeven door verklikkers die ik bewust aansprak met de vraag of ik op de juiste weg naar het bewuste museum of hotel. In Damascus mislukte de opzet, dranghekken blokkeerden de doorgang. Maar in de stad Hama raakte ik zo verzeild tussen de demonstranten. Gemaskerde jongens richtten vernielingen aan. Mensen zonder vermomming scandeerden leuzen. 'Er is geen God dan Allah' en 'Vrijheid'. Een taxichauffeur haalde me weg uit de groep en toonde me het spoor dat de groep eerder trok door de stad: grote stukken beton die op de weg waren gerold en een geblakerd regeringsgebouw. De volgende ochtend was een groep demonstranten tot bij de kloktoren in het centrum doorgedrongen. Op het dak van een gebouw hadden ze het portret van president Bashir al-Assad verscheurd. Ik kwam in de buurt omdat ik zogenaamd op weg was naar een internetcafé.

Gesprekken met tegenstanders vonden in auto's of theehuizen plaats. Op zaktelefoons werden schokkerige beelden getoond van bloederige lijken. De haat kon je van de gezichten lezen. Een deel streed volgens mij oprecht voor democratie. De veertigjarige dynastie van de familie Al-Assad, vader Hafiz van 1970 tot 2000, en zoon Bashar sindsdien, was velen een doorn in het oog. De ontmoetingen bleven kort en brokkelig. Het was bedelen om quotes. De beste vond ik de man die me zei: 'Zeker 75 procent van de bevolking is tegen de regering. 25 procent is voor, maar die hebben de wapens.' De mannen met de onafscheidelijke zwarte halflange leren jas waren altijd nabij. Twee lieden postten dagenlang voor mijn hotelkamer in Damascus. Ze maakten het zich gemakkelijk en lieten kussens aanrukken voor de rieten stoelen en veel koffie. Urenlang hielden ze bezoekers in de gaten.

Toen de Britse schrijver George Orwell zijn antitotalitaire roman 1984 schreef, moet hij Syrië voor ogen hebben gehad. Zo'n vier geheime diensten, mukhabarat geheten, volgen nauwlettend de gangen van haar 22 miljoen inwoners en bezoekers. 'Big brother is watching you all the time', zei een hotelhouder die er een punthoofd van kreeg. 'Als ik met de één praat worden de andere drie kwaad.' En overal hadden ze hun knechten. De buurman van het hotel gluurde bij welke taxi ik instapte. De chauffeur meldde op zijn beurt waar hij me heen reed. Toen ik op bezoek ging bij twee Nederlandse paters in de stad Homs, ten noorden van Damascus, belde de chauffeur voor aankomst 'een vriend.' Die kwam en liep mee tot de deur.

Het Nederlandse tweetal, dat tegen alle adviezen blijft, had een weinig gehoorde mening. Zo ontkende de jezuïetenpater Frans van der Lugt (73 en links op de foto) dat er in Syrië sprake was van een Arabische lente, zoals in Tunesië en Egypte. 'Voor mij is meer sprake van een herfst. Als de regering en het leger wegvallen, wordt het een bloedbad.' Zijn collega-pater Michiel Brenninkmeijer (79) klonk ook bezorgd. 'De demonstranten willen een maatschappij in volledig Mohammedaanse stijl. Dan gaan we driehonderd jaar terug in de tijd. Dan zijn de christenen de klos. Zoals in Irak is gebeurd. En nu in Egypte. Den hebben wij niks meer te vertellen. Dat is het gevaar.' Beiden wonen al bijna veertig jaar in Syrië en hebben het zien veranderen voor de christenen. Pater Van der Lugt: 'Dertig jaar geleden waren we hier met 15 procent van de bevolking. Nu nog 4 of 5 procent. We minderen in aantal, zoals in Turkije, zoals in Irak. Alleen de mensen die niet weg kunnen blijven.'

De staatstelevisie toont iedere avond droevige nabestaanden van omgekomen politieagenten en militairen. Er zouden er al zo'n honderd zijn gesneuveld, terwijl een vrouw me verzekert dat de demonstranten tot nu toe niet hebben geschoten. Onder de demonstranten zouden rond de vijfhonderd doden zijn gevallen. Wie gelijk heeft is niet te achterhalen. De berichtgeving over tanks die op de bevolking schieten is er mede oorzaak van dat de Europese Unie sancties afkondigde: een wapenembargo, een reisverbod voor regeringsvertegenwoordigers naar landen van de Europese Unie en tegoeden zijn bevroren. Opvallend is dat niemand het aftreden van president Bashar al-Assad eist, zoals wel het geval was bij zijn collega-dictators Muammar Gaddafi en Hosni Mubarak.

Volgens een bejaarde man die ik in Homs sprak zijn de sancties dan ook bedrog. Het is niet de bedoeling dat de huidige president vertrekt. 'Het gaat het Westen niet om humanitaire en democratische rechten, maar om de sjiitische olie. De Verenigde Staten zien dat Irak, Libanon, Bahrein en ook Syrië steeds sterker onder invloed komen van Iran, dat willen ze opbreken.' De sancties zijn daarbij een drukmiddel. Op weg naar zijn huis was er een opstootje, toen de geheime dienst mensen wilden arresteren en omstanders zich er tegen aan bemoeiden. Op de hoek van de straat stonden militairen halfverborgen achter zandzakken. Ze grepen niet in. Langs weerszijden van de weg stonden tanks opgesteld. 'Niet filmen', riep de chauffeur. 'Als ze het zien krijg ik veel problemen.'

Na anderhalve week drong de geheime dienst zich steeds vaker en opzichtiger op. Agenten ondervroegen hotelpersoneel en snuffelden door mijn bagage. Een korte zoektocht op zoekmachine Google en mijn cover was weg. De paranoia bereikte haar hoogtepunt toen ik onbetekenende bonnetjes van het restaurant niet verscheurde en in de prullenbak wierp, maar doorspoelde in de toiletpot.

Om mijn vermomming als toerist op te houden, bezocht ik tussen de journalistieke bedrijven door talloze ruïnes. De Romeinse ruines van Palmyra, het kruisvaarderkasteel Krak des Chevaliers, de eeuwen geleden verlaten Byzantijnse steden. Het voordeel van het negatieve reisadvies voor Syrië is dat al die pracht exclusief was. Bezochten vorig jaar acht miljoen buitenlanders de Levantstaat, nu waren ticketkantoortjes vaak gesloten of wachtte een uitgebreide theeceremonie van een vergulde oppasser die al weken geen bezoeker had gezien. Bij zo'n gesprek omschreef een man hoofdschuddend de ontluikende wens tot democratie als een nieuwe baby waar iedereen zich mee bemoeit. 'Om er zoveel mogelijk van zich zelf in terug te vinden.'

Mijn terugreis zou het volgende angstmoment worden. Onverwachts smeren leek me het beste. Twee dagen voor geplande terugreis reisde ik midden in de nacht naar de luchthaven en checkte op het laatste moment in. De geheime dienst lag op één oor of had het te druk met het hardhandig verhoren van de duizenden arrestanten die ze zelfs in voetbalstadions moeten opsluiten bij gebrek aan celruimte. Even dacht ik aan de slotscène uit de film The year of living dangereouslywaarin de jonge gestreste reporter Mel Gibson bij vertrek uit het toen woelige Indonesië zijn bandopnameapparatuur achterlaat omdat de douane de techniek van een recorder niet begrijpt. Maar niks geen wolven die op mijn bagage sprongen. Een ticketwijziging op het laatste moment vormde 'geen probleem'. De paspoortcontrole was een formaliteit. 'Beng', een stempel. En een vriendelijke knik die ik met lichte ironie beantwoordde met 'dank u'. Eenmaal thuis zou ik een gouden tip hebben voor al mijn wachtende collega's aan de grens met het 'voor de buitenlandse media gesloten Syrië': probeer het eens met een rugzak en een slappe tropenhoed.

Het artikel Het is hier fantastisch staat in De Pers. De foto's nam ik van boven naar beneden bij de ruïne van Qala'at Samaan in de buurt van de noordelijke stad Aleppo, in midden-Syrie in de stad Homs met de twee paters en in de shouq van Damascus.

 

Labels: Midden-Oosten 

Check Arnold Karskens

De 15 plus Boeken van Arnold

Cover voor

2019. Alle pijn van de wereld. Een roman over oorlogsverslaggeving die de kern én de gevolgen van een goddelijke gekte blootlegt. Bestel

kleine cover zwart

2019/2018/2017. Een opzienbarende verzameling van fouten, halve waarheden en hele misleidingen door de NOS. Bestel

S11chermafbeelding 2018-06-06 om 21.05.56 kopie

2018. Operatie laat niets in leven. (ism Henk Willem Smits) Het bizarre leven van Guus Kouwenhoven, Nederlands grootste oorlogsmisdadiger van de laatste decennia. Bestel

nepnieuws scan boek kopie

2018: Nepnieuws explosie. Desinformatie in de Nederlandse media (bijdrage). Bestel

Help, er staat een terrorist in de keuken - door Arnold Karskens

2016. Help, er staat een terrorist in mijn keuken - tips en overlevingslessen bij een terreuraanslag thuis, op het werk of op het terras. Bestel 

journalist-te-koop-arnold-karskens
2016: Journalist te koop, over de onafhankelijke journalistiek die zwaar onder druk staat. Hoe corrupt zijn onze media? Bestel.
 
boekzor
2014. Medeverantwoordelijkheid van de vader van Koningin Máxima bij honderden verdwijningen in Argentinië. Bestel.
 
boekcover2
2014. Hét overlevingshandboek voor gevaarlijke gebieden Bestel
 
2012. De jacht op Gestapo-man Klaas Carel Faber. Bestel
 

rebellen-met-een-reden

   
   

2009. Het verhaal van Nederlanders die vochten onder vreemde vlag. 

ak47_160x241

 

 

 

 

 

 
 
 
 
2007."Oorlog is goed voor slechte mensen" en 46 andere vlijmscherpe columns gepubliceerd in het veteranenblad CheckPoint van QV Uitgeverij!
 
geen_cent_spijt
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
2006. Het verhaal over de grootste leverancier van grondstof voor gifgas aan Saddam Hoessein. Bestel

onze-man-in-bagdad

 
 

 

 

 

 

 

 

 

2003. Onze man in Bagdad. Dagboekaantekeningen uit een belegerde stad in maart & april 2003.

reizen-langs-de-frontlijn

 

 

 

 

 

 

 

 

2002. Een overlevingshandboek voor journalisten, hulpverleners en avonturiers.

pleisters-op-de-ogen

 

 

 

 

 

 

 

 

2001. Pleisters op de ogen, pleister op de mond. De geschiedenis van de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo.

berichten-van-het-front

 

 

 

 

 

 

 

 

1995. Autobiografische verhalen uit de oorlog.

 

Voor de volledige lijst zie KB.nl of Klik hier voor meer info over deze boeken